Mei voelt voor veel gezinnen alsof iemand alle agenda’s in de lucht heeft gegooid en daarna riep: “succes ermee!”
Nog voor je een beetje gewend bent aan het ritme na de meivakantie, dienen de volgende dingen zich alweer aan. Losse vrije dagen, studiedagen, schoolactiviteiten, sporten die doorgaan, werk dat tussendoor ingehaald moet worden en ondertussen een huishouden dat opvallend weinig boodschap heeft aan feestdagen of lange weekenden.
En toch zeggen we vaak tegen elkaar dat het ‘maar een paar vrije dagen’ zijn. Afgelopen week zei iemand tijdens een sessie tegen mij: “Ik heb deze maand zeven dagen gewerkt.” Daardoor voelde het alsof ze voortdurend achter de feiten aanliep. Alsof alles tegelijk aandacht bleef vragen terwijl ze op vakantie was.
Dat herken ik bij veel gezinnen in deze periode. Misschien herken jij dat ook wel, en dat is niet omdat je het verkeerd aanpakt of omdat je je leven niet goed georganiseerd hebt, maar doordat mei en juni maanden zijn waarin alles door elkaar begint te lopen.
Van versnippering naar de grote inhaalslag voor de zomervakantie
Waar mei vaak versnipperd voelt, wordt juni meestal de maand van de grote inhaalslag. Ineens ontstaat overal het gevoel dat dingen nog ‘even’ af moeten of geregeld moeten zijn voordat de zomervakantie begint. Alsof juni stiekem veel langer duurt dan hij daadwerkelijk duurt.
Op scholen verschijnen uitnodigingen voor zomerfeesten, picknicks en andersoortige feestelijke en afsluitingen. De avondvierdaagse komt voorbij, sportseizoenen worden afgerond en ook wordt alvast voorgesorteerd op het nieuwe seizoen. Werkprojecten moeten nog vóór de vakantie worden opgeleverd en ondertussen probeer je ook nog iets van een vakantie te regelen, inclusief alles wat daar ongemerkt bij komt kijken.
Wij besloten bijvoorbeeld dat we deze zomer naar Engeland willen. Heel leuk natuurlijk, totdat je bedenkt dat daar ook paspoorten bij horen. Dus moeten er afspraken gemaakt worden voor vier mensen tegelijk, moeten er pasfoto’s komen en blijken er ineens allerlei kleine regelzaken te bestaan waar je eerder nog helemaal niet mee bezig was.
Dat is vaak hoe deze periode voelt. Niet als één groot probleem, maar als een constante stroom van kleine dingen die in je hoofd blijven rondzingen en die je nog even moet regelen.
Zelfs leuke dingen kunnen te veel worden
Wat ik in deze periode ook vaak zie, is dat mensen eigenlijk nee willen zeggen tegen dingen die op zichzelf heel leuk zijn, zoals:

- De klassenborrel.
- Een zomerfeest op school.
- Nog een verjaardag.
- Een extra afspraak.
- Een picknick.
- Een afsluiting van het sportseizoen.
En dat is niet omdat ze er geen zin in hebben, want het lijkt ze hartstikke leuk, maar omdat de rek er langzaam een beetje uit raakt. Want als je allebei iets hebt, moet er ook nog een oppas geregeld worden. En we willen ook nog attent overkomen, dus nog even iets halen of regelen als dank.
Toch zeggen veel mensen alsnog ja. Omdat iedereen gaat. Omdat het gezellig is. Omdat je je kind het gunt. Omdat het ‘maar één avond’ is. Alleen bestaan dit soort weken vaak uit heel veel dingen die ‘maar één avond of middag’ zijn.
Juist deze periode zit vol dingen die in theorie leuk zijn, maar ondertussen óók tijd, regelwerk en energie vragen en voor mentale druk zorgen. En daar lopen veel gezinnen uiteindelijk op leeg.
Waarom het thuis ineens overal zichtbaar wordt en je minder overzicht hebt
Dat voortdurende schakelen zie je uiteindelijk vaak terug in huis; tassen blijven staan, er ontstaan stapeltjes en de was lijkt zich te vermenigvuldigen. Klusjes waarvan je zeker weet dat je ze vorige week ook al zag liggen.
Soms kijken mensen daarnaar en denken ze dat ze beter moeten organiseren of harder hun best moeten doen. Alsof het probleem vooral ligt bij hun planning of discipline. Terwijl veel gezinnen ondertussen gewoon proberen overeind te blijven in weken waarin werk, school, sociale afspraken en huishouden voortdurend door elkaar heen lopen wat voor veel ouders zorgt voor mentale druk en onrust.
En misschien is dat nog wel het lastigste eraan: het idee dat andere mensen het allemaal wél moeiteloos voor elkaar krijgen. Maar achter veel voordeuren ziet het er minder perfect uit dan we denken.
Ook bij gezinnen die georganiseerd lijken. Ook bij mensen die alles strak plannen. Ook bij ouders die op tijd reageren in de klassenapp.
Want wanneer aandacht voortdurend versnipperd raakt, wordt het moeilijker om overzicht te houden, zowel in je hoofd als thuis. Alles voelt tijdelijk en niets wordt echt afgerond. Je bent in gedachten alweer bezig met wat er morgen geregeld moet worden, terwijl vandaag nog niet eens helemaal klaar is. Dan helpt harder werken meestal niet zoveel meer.
Misschien zit de rust juist in wat je schrapt
Wanneer alles tegelijk aandacht vraagt, ontstaat al snel de neiging om nóg meer te gaan regelen voordat de zomer begint. Terwijl rust vaak niet ontstaat doordat alles af is, maar doordat niet alles dezelfde urgentie meer krijgt. Vraag jezelf daarom eens af:
Wat hoeft eigenlijk niet meer vóór de zomer?
Misschien hoeft niet elk weekend vol gepland. Misschien mag een klusje wachten. Misschien hoeft die ene afspraak niet door te gaan. Of misschien hoeft niet alles ‘nog even snel’ te worden geregeld. Juist door iets minder tegelijk te doen, ontstaat er vaak weer ruimte om op adem te komen.
Merk je dat drukke weken je veel energie kosten? In een eerdere blog schreef ik al uitgebreider over hoe energie ongemerkt weglekt wanneer alles tegelijk aandacht vraagt. Die lees je hier: Hoe vind je meer energie in drukke weken?.
Rust ontstaat niet doordat alles af is
De meeste volwassenen weten inmiddels wel dat de to-do lijst nooit echt leeg raakt. Er komt altijd weer iets nieuws bij. Een mail, een formulier, een schoolappbericht, een boodschap die vergeten is of een afspraak die verzet moet worden.
Misschien maakt dat deze periode ook juist zo vermoeiend. Omdat er nergens echt een natuurlijk einde lijkt te zijn. Zodra het ene geregeld is, dient het volgende zich alweer aan. En ondertussen proberen veel gezinnen toch ergens dat gevoel van rust te bereiken. Alsof het nét achter de volgende afgeronde taak ligt.
Maar rust zit vaak niet in nóg iets afwerken. Vaker zit het in accepteren dat deze weken vol zijn. Dat aandacht niet oneindig is. Dat een rustige avond soms waardevoller is dan een afgewerkte to-do lijst.
En misschien begint overzicht houden minder vaak met een complete reset dan we denken. Soms begint het gewoon met iets kleins dat niet meer aan je blijft trekken. Een tas uitzoeken. Een afspraak verzetten. Een avond niets plannen. Een keer nee zeggen, zelfs tegen iets leuks.
Niet omdat je gefaald hebt of omdat je het niet aan zou kunnen, maar omdat deze periode van het jaar simpelweg veel tegelijk vraagt van gezinnen.
Misschien hoeft er vóór de zomer minder af dan je denkt. En misschien ontstaat er juist ruimte wanneer niet alles tegelijk aandacht blijft vragen.
