Tegen de tijd dat het weekend aanbreekt, is bij veel ouders de tank leeg. De werkweek zit vol deadlines en jaarafsluitingen, thuis draait het huishouden door en de feestdagen dienen zich aan. Sinterklaas brengt met zijn aankomst gezelligheid, maar ook extra to-do’s.
Het weekend, ooit bedoeld om bij te komen, wordt zo de plek waar alles belandt wat doordeweeks niet lukt. Geen wonder dat opladen nauwelijks nog lukt. Toch hoeft dat niet zo te blijven. Met een paar bewuste keuzes kun je voorkomen dat je weekend alleen nog uit ‘moetjes’ bestaat en zorg je dat je energie ook doordeweeks beter in balans blijft.
Waarom je weekend geen oplaadstation zou moeten zijn
Het weekend is bedoeld om tot rust te komen, niet om alles in te halen wat in de week niet lukte. Toch gebruiken veel mensen de zaterdag en zondag als verlengstuk van hun to-do-lijst: wassen, boodschappen, cadeautjes regelen en misschien ook nog een project afronden voor werk. En dan hebben we het nog niet gehad over de activiteiten van de kinderen; een toernooi, kinderfeestje, een training….
Daarbovenop komen in de laatste weken van het jaar de bekende extra’s: schoencadeautjes, pakjesavonden, kerstdiners, budgetten die op moeten, teamuitjes. Geen wonder dat je maandagochtend nog vermoeider begint dan je vrijdag eindigde.
De oplossing ligt niet in méér tijd, maar in bewuster omgaan met je energie — zowel thuis als op werk.
Stap 1: Breng je energiegevers en -nemers in kaart
Een goede balans begint met bewustwording. Kijk eens naar je agenda van afgelopen week: waar ging je energie heen?
Gebruik iets wat je in huis hebt — rozijnen, snoepjes of knoopjes — om het visueel te maken.
- Drie stuks = veel energie (positief of negatief)
- Twee stuks = redelijk wat
- Eéntje = een beetje
Leg links de activiteiten die energie kostten, en rechts die energie gaven. Voeg ook dingen toe die niet in je agenda staan, zoals het regelen van cadeautjes of het oplossen van kleine crises thuis en op het werk.
Is het in balans? Zijn de energienemers in de meerderheid? Dan is het tijd om aan de knoppen te draaien.
Stap 2: Drie knoppen om aan te draaien
Ruilen
Sommige taken moeten gebeuren, maar hoe ze verdeeld zijn, kun je wél beïnvloeden.
- Op werk: krijg jij energie van presenteren, maar kost het opstellen van de rapportage je veel? Misschien is het andersom bij je collega. Ruil waar het kan.
- Thuis: de één kookt liever en de ander doet liever de was.
Zo zorg je ervoor dat niet alleen jij, maar ook de ander dat doet wat het minste energie kost. Komen jullie er niet uit? Wissel dan af, dagelijks of wekelijks, afhankelijk van de taak.
Uitbesteden en automatiseren
Onze hersenen zijn niet gemaakt om alles te onthouden, maar om na te denken. Gebruik dus geheugensteuntjes:
- een takenlijstje of to-do-app,
- een slimme speaker die de kinderen herinnert aan vertrek (“over 10 minuten schoenen aan”),
- of een robotstofzuiger die de vloer bijhoudt terwijl jij iets anders doet.
En kijk wat je kunt uitbesteden: een keer boodschappen bezorgen, of hulp inschakelen voor het schoonmaken.
Betrek ook de kinderen, vraag eens welk klusje je kind zou willen doen. Zo kookt Nora hier sinds kort op zondagmiddag een warme lunch — iets wat ik zelf nooit bedacht had, maar wat haar eigenaarschap geeft én ons helpt.
Schrappen – vraag je af: moet dit überhaupt?
Sommige taken sluipen er gewoon in: elke week ramen lappen, alle vloeren dweilen, overal bij zijn. Kijk kritisch:
- Is dit echt nodig?
- Moet het nu, of kan het later of kan de lat wat lager?
Misschien is één keer overslaan genoeg, of kun je alleen de belangrijkste ruimtes schoonmaken.
Ook op werk kun je soms minder doen: alleen aansluiten bij het deel van een overleg dat voor jou relevant is, of een update per mail laten sturen.
Schrappen betekent niet dat je iets laat versloffen; het betekent dat je prioriteiten stelt.
Stap 3: Plan bewust herstelmomenten
Niet van alles wat leuk is, laadt je batterij op dezelfde manier op. Na een presentatie bruist mijn hoofd vaak van de ideeën, maar ik weet dat ik dan geen intensief denkwerk meer moet plannen.
Na een klantafspraak lukt dat wél. Die rit van de klant naar huis werkt voor mij als een natuurlijke mini-pauze: even de buitenlucht in en hoofd leeg.
Je hoeft natuurlijk niet op de fiets te springen — een paar minuten wandelen, uit het raam staren of even stilstaan bij de vraag “Hoe voelt het dat dit klaar is?” helpt net zo goed. Zo rond je iets echt af voordat je aan het volgende begint.
Met zulke micro-pauzes voorkom je dat je energie weglekt. Onderzoek (Albulescu P., Macsinga I., Rusu A. et al., 2022) laat zien dat zelfs pauzes van minder dan tien minuten je energie verhogen en vermoeidheid verlagen.
Stap 4: Bouw energiegevers in je dag
In mijn blog Het vakantiegevoel vasthouden schreef ik eerder over het belang van een relaxlijstje, kleine dingen waar je energie van krijgt. Dat kan een wandeling zijn, een korte koffiepauze, muziek luisteren of even bellen met iemand. In de blog vindt je meer inspiratie voor energiegevers.
Door zulke momenten bewust te plannen, hoef je niet alles op het weekend aan te komen.
Zo houd je je energie in balans
- Bekijk je agenda
Van afgelopen of aankomende week
- Bepaal per activiteit hoeveel energie het kostte of opleverde
1 stuk voor een beetje, 2 redelijk, 3 voor veel
- Check de balans
Meer energienemers? Draai aan de knoppen.
- Ruil, besteedt uit of schrap
Kan iemand anders het doen? Is het eigenlijk wel nodig?
- Plan herstelmomenten
Rond bijvoorbeeld bewust een taak af voordat je aan iets nieuws begint.
- Voeg energiegevers toe
Kleine momenten die je blij maken, ook op drukke dagen.



